Vul de juiste vorm van het werkwoord 'to be' (zijn) in:
TO BE (zijn). Zeer onregelmatig.
Bevestigend:

I a man.

You a man.

He a man.

She a woman.

It a dog.

We men. (dus geen 'a' ervoor en geen 'a' erin: man (1) versus men (2 of meer))

You men.

They women. (let op de schrijfwijze van het onregelmatige meervoud van woman, dat wordt women).


Ontkennend: Let op de volgorde van de woorden in de zin. Voorbeeld: I am not a man.

I a man. (kan alleen maar zo)

You a man. ook: You a man.

He a woman. ook: He a woman.

She a man. ook: She a man.

It a cat. ook: It a cat.

We men. ook: We men.

You men. You men.

They women. They women.


Vragend: Voorbeeld: Am I not a man? (let op de volgorde). Hier kun je in tegenstelling tot 'to have' in de vraag GEEN 'to do' gebruiken. De regel is dat je to do gebruikt als er geen ander hulpwerkwoord in de zin staat. We komen hier nog uitgebreid op terug.

a man? (ik)

t a man? (jij)

a man? (hij)

a woman? (zij)

a dog? (het)

men? (wij)

men? (jullie)

women? (zij, meervoud)