Vul de juiste vorm van het werkwoord 'to have' in:
Deze vorm van 'to have' duidt bezit aan. Het hulpwerkwoord 'have' komt later in de cursus.

TO HAVE (bezit).
Bevestigend:

I a dog.

You a dog.

He a dog.

She a dog.

It a bone (bot).

We a dog.

You a dog.

They a dog.

Ontkennend, let op de volgorde van de woorden in de zin:

I no cat.

You no cat.

He no cat.

She no cat.

It no mouse. (muis)

We no cat.

You no cat.

They no cat.

Vragend, in vragende zinnen komt meestal het werkwoord 'to do' erbij, hier gaan we nog verder op in. Let op, nu wordt het 'hulpwerkwoord' vervoegd en niet 'to have'....... To do staat dan vooraan in de zin.

Voorbeelden: Heb ik een hond? Do I have a dog? Heeft hij een hond? Does he have a dog?

I a dog?

you a dog?

she a dog?

he a dog?

it a bone?

we a dog?

you a dog?

they a dog?